Dit artikel maakt deel uit van een mini-serie over Google Earth. In dit eerst deel gaan we in op de basishandelingen in het programma, zoals navigeren en zoeken. In
Google Earth (deel 2). Extra opties leert u over 3D-gebouwen, StreetView en een reis opnemen. In het laatste deel,
Google Earth (deel 3). Oceaan en heelal ontdekken we de wateren op aarde, het heelal en Mars.
Google Earth is een programma dat u moet downloaden op uw computer. U downloadt het programma via de
software-rubriek van SeniorWeb.
U start Google Earth via Start > Alle Programma’s > Google Earth > Google Earth. Ook kunt u dubbelklikken op het pictogram van een wereldbol op uw Bureaublad.
Standaard ziet u een tip over het werken met het programma weergegeven. Dat is handig om door te lezen, want door de vele mogelijkheden is Earth een veelzijdig programma dat u aan de hand van de tips beter leert kennen. U kunt door de tips bladeren met de knoppen Volgende tip en Vorige tip. Wilt u geen tips zien bij het starten van het programma? Haal dan het vinkje weg bij Tips weergeven bij opstarten. Klik op Sluiten om de tips voor nu af te sluiten en verder te gaan met het programma.
Het scherm is gesplitst in twee delen. Links ziet u een menu met de onderdelen 'Zoeken', 'Plaatsen' en 'Lagen'. Rechts ziet u een zwarte ruimte met daarin een wereldbol. Rechtsboven in de zwarte ruimte bevinden zich de navigatiemogelijkheden. Daarboven ziet u een balk met knoppen; dit is de werkbalk. Hieronder bespreken we al deze onderdelen.
U bedient Google Earth met de muis of met het navigatiekompas rechtsboven in het scherm. Door te klikken op de wereldbol en de muis ingedrukt te houden kunt u de wereldbol draaien. Met dubbelklikken kunt u inzoomen. Daarnaast kunt u dus het navigatiemenu gebruiken. Als dit menu 'verdwijnt', kunt u het terughalen door met de muis over de plek te gaan waar de navigatie hoort te staan.
- Gebruik de joystick voor kijken (bovenste van de knoppen, met een ‘oogje’ erin getekend): om rond te kijken vanaf één uitkijkpunt. Klik en versleep de ring rond de joystick om de weergave te roteren.
- Gebruik de joystick voor verplaatsen (middelste van de knoppen, met een handje erin): om naar beneden, boven, rechts of links te gaan.
- Gebruik de zoomregelaar om in of uit te zoomen (+ voor inzoomen, - voor uitzoomen).
Het zoekscherm vindt u linksboven in uw scherm. Dit scherm wordt gebruikt om plaatsen te zoeken ('Vliegen naar'), om bepaalde bedrijven te zoeken ('Bedrijven zoeken') en voor het beschrijven van een route ('Routes'). Voor het onderdeel 'Vliegen naar' volgen nu enkele voorbeelden.
Steden, dorpen of adressen kunt u op verschillende manieren zoeken in Google Earth. Door middel van de naam van de stad, de straat, de postcode en het land, en alle combinaties ervan, of door middel van de lengte- en breedtegraad. Voorbeelden die u kunt intoetsen zijn:
- Maarssen (stad), Nederland (land)
- 3607 (postcode), Nederland (land)
- Maarssen (stad), Pauwenkamp (straat), Nederland (land)
- 52.373 (breedtegraad, decimaal), 4,891 (lengtegraad, decimaal)
Voer uw zoektermen in en druk op de zoekknop. Google Earth vliegt u naar de plek die u hebt opgegeven. Als het programma niet begrijpt waar u heen wilt, dan ziet u een suggestie. Die kunt u aanklikken.
In het onderdeel 'Plaatsen' worden de zogeheten 'Plaatsmarkeringen' opgeslagen. Dit is een markering in Google Earth die u zelf aanbrengt (zie volgende stap). In de plaatsmarkering kan allerlei informatie worden opgeslagen - tekst, een foto, een link naar een site - die u kunt (laten) zien als er op het betreffende pictogram wordt geklikt. U kunt plaatsmarkeringen zelf maken en met anderen delen.
Als u een plek op de wereldbol hebt gevonden die u later nog eens wilt bezoeken, dan kunt u die markeren met behulp van een Plaatsmarkering. Dit is een digitale punaise. U kunt elke locatie op aarde markeren. U kunt vervolgens op elk gewenst moment snel naar de gemarkeerde locatie gaan, door te dubbelklikken op de plaatsmarkering in het deelvenster 'Plaatsen'.
Een plaatsmarkering maakt u door te klikken op de punaise in het menu bovenin het scherm.
Standaard krijgt de nieuwe plaatsmarkering de naam 'Naamloos Plaatsmarkering'. In het venster dat geopend wordt met de nieuwe plaatsmarkering kunt u deze naam wijzigen, in het veld 'Naam'. Klik op de punaise naast 'Naam' wanneer u niet de standaard gele punaise wilt zien, maar een ander pictogram. Onder 'Beschrijving' kunt u een beschrijving van de plek geven. U ziet meteen de lengte- en breedtegraad van de gemarkeerde plaats.
De plaatsmarkeringen die u maakt verschijnen in Google Earth onder 'Plaatsen' in het mapje 'Mijn plaatsen'. De volgende keer dat u Google Earth opstart, ziet u daar de door u gemaakte plaatsmarkeringen, met de naam die u hebt opgegeven en een eventuele beschrijving.
Dubbelklik op een plaatsmarkering en Google Earth brengt u naar die plek.
Lagen
Lagen kunnen allerlei interessante geografische inhoud weergeven, bijvoorbeeld foto's van locaties. Als u een laag wilt bekijken, vinkt u in het deelvenster 'Lagen' de gewenste laag of map aan, bijvoorbeeld Foto's. De inhoud van sommige lagen wordt pas weergegeven als u hebt ingezoomd op een bepaald gebied. Verwijder het vinkje bij een laag of map om deze weer te verbergen. Als u een laagmap wilt uitvouwen of samenvouwen, klikt u op '+' of '-'.
Wegen tonen
Vinkt u binnen 'Lagen' de optie Wegen aan, dan laat Google Earth straatnamen zien. En de optie Vervoer maakt onder andere het spoornet door Nederland zichtbaar en brengt alle vliegvelden in beeld door middel van een pictogram.
Probeer het uit
Experimenteer gerust met deze opties. Kijk wat er in beeld veranderd als u ze aan- of uitzet. Deze opties hebben geen invloed op de inhoud van de Plaatsmarkeringen. U kunt bij wijze van spreken alle lagen tegelijkertijd aanzetten door overal vinkjes voor te zetten. Dat is wel wat overdonderend, maar kan geen kwaad. Door de vinkjes weg te halen, wordt de betreffende laag niet meer weergegeven. Klik op de plusjes naast de lagen om te kijken welke onderdelen de betreffende laag bevat.
Daglicht aanzetten
Klik in de knoppenbalk op de daglichtknop om daglicht weer te geven.
Gebruik de schuifregelaar voor tijd om de zonsopgang en zonsondergang op een willekeurige plaats te bekijken. Verschuif de schuifregelaar onder de tijdbalk om schemering, dageraad en schaduwen over de aarde te zien bewegen.