Het doel van het spel is om de koning van de tegenstander schaakmat te zetten. Elke speler heeft één koning. Naarmate u meer stukken van de tegenstander verovert (‘slaat’), wordt de vijandelijke koning steeds kwetsbaarder en wordt het steeds gemakkelijker deze te veroveren. Wanneer de vijandelijke koning niet meer in één zet aan de aanval van uw stukken kan ontsnappen, hebt u de partij gewonnen. Wanneer het veld onder uw koning roodgekleurd is, staat uw koning schaak en heeft uw tegenstander gewonnen.
Om het spel te starten, klikt u in Windows 7 op de Start-knop. Klik dan op Ontspanning in het rechterrijtje van het Start-menu. De spelletjesmap van Windows opent. Dubbelklik op de naam van het spel om het te openen. U moet de eerste keer meteen het niveau van het spel kiezen. Dit kunt u later wijzigen.
Aan het begin van het spel hebben beide spelers zestien stukken tot hun beschikking. De stukken staan in twee rijen, met op elk veld één stuk. Wanneer u de stukken over het bord verplaatst, proberen u en uw tegenstander dezelfde velden te bezetten. Wanneer u een van uw stukken op een veld zet dat door een stuk van uw tegenstander wordt bezet, dan ‘slaat’ u dat stuk en mag u het van het bord verwijderen. Dit reduceert het aantal en de kracht van de stukken van uw tegenstander.
Klik op een stuk en vervolgens op het veld waar u het naartoe wilt spelen om uw eerste zet te doen.
De spelers doen om de beurt één zet. Per zet mag één stuk worden verplaatst. De velden waar u het stuk naartoe kunt spelen zijn blauw; de velden waarop u een stuk van de tegenstander kunt slaan zijn rood. U kunt een stuk niet neerzetten op een veld waar al een eigen stuk staat, maar elk van uw stukken mag elk stuk van de tegenstander slaan.
U verplaatst de zes soorten stukken waarover u beschikt op de volgende manier:
- Pionnen mag u per zet één veld vooruit zetten. Als eerste zet mag u elke pion echter één of twee velden vooruit zetten. Pionnen slaan schuin naar voren.
- Torens kunt u zoveel velden als u wilt naar voren, naar achteren, naar links of naar rechts verplaatsen.
- Paarden kunt u twee velden in elke gewenste richting (behalve diagonaal) verplaatsen. Vervolgens draait u het stuk 90 graden naar links of rechts en zet u het één veld verder neer. Het paard is het enige stuk dat over andere stukken heen kan springen. Alle andere stukken moeten stoppen wanneer er een ander stuk in de weg staat (ongeacht de kleur).
- Lopers verplaatst u diagonaal, zo veel velden als u wilt en in elke richting.
- De dame kunt u zoveel velden als u wilt in elke richting verplaatsen (vooruit, achteruit, naar links, naar rechts en diagonaal). U mag de dame echter niet van richting laten veranderen. Na de koning is de dame het belangrijkste stuk op het bord.
- U kunt de koning in elke richting verplaatsen, maar slechts één veld per zet. De koning is langzaam en moeilijk te beschermen. U moet uw koning dus koste wat het kost verdedigen tegen de aanvallen van uw tegenstander.
Sluit het spel door te klikken op het rode kruis rechtsboven. Via het menu Spel kunt u een nieuw spel starten. Deze spelregels staan in het menu Help.