In Nederland geldt de vuistregel dat u een goede oudedagsvoorziening hebt wanneer uw pensioen 70 procent van uw laatstverdiende loon bedraagt. Ligt dat bedrag lager, dan spreekt men van een pensioengat: een pensioentekort dus.
Verschillende factoren kunnen ervoor zorgen dat u te maken krijgt met een pensioengat. Voorbeelden zijn:
- U bent na uw 25e jaar begonnen met werken.
- U hebt gewerkt bij een bedrijf dat geen regeling van aanvullend pensioen had.
- U bent zo nu en dan van baan veranderd.
- U bent ooit tijdelijk gestopt met werken, bijvoorbeeld voor onbetaald verlof, een sabbatical, zorg voor kinderen of door werkloosheid.
- U bent tijdens uw pensioenopbouw gescheiden.
Er is maar één manier om een pensioengat te voorkomen: verzeker u op tijd bij. Dat kan bij uw eigen pensioenfonds of -verzekeraar, bij een andere particuliere verzekeraar, of door zelf te sparen voor uw oudedag.
Meer informatie hierover vindt u op Kennisring Sociale Zekerheid.