Met het programma Excel kunt u allerlei zaken bijhouden: de kosten van een vakantie, uw huishoudbudget of de meterstand. Het is van oorsprong een rekenprogramma voor bedrijven, maar voor mensen thuis is er ook veel uit te halen. Lees meer over starten met Excel.
Excel is een rekenprogramma uit de stal van Microsoft. Het is onderdeel van het pakket Office, waar Word ook in zit. Excel is bedoeld om ‘op ruitjespapier’ allerlei gegevens met getallen bij te houden. Denk aan uw administratie, uw huishoudboekje of een begroting voor een vakantie. 'Onbekend maakt onbemind' is een uitspraak die van toepassing is op Excel. Veel mensen kennen het niet en daarom maken ze er geen gebruik van. Toch, als u de eerste horde eenmaal hebt genomen, kunt u er veel plezier van hebben.
Dit artikel is van toepassing op Excel 2010 en 2007. Dat zijn de twee meest recente versies van Excel. De instructies en afbeeldingen slaan op versie 2010. Als het in 2007 anders gaat dan in 2010, dan staat dat erbij.
Klik op Starten > Alle programma’s > Microsoft Office > Excel 2010 (of Excel2007). Excel zal openen. U ziet een leeg wit ruitjesvel.
Excel werkt aan de hand van cellen, die in een groot werkblad staan. Elke cel heeft een naam, die bestaat uit een letter en een cijfer. De rijen hebben allemaal een ander cijfer en de kolommen hebben allemaal een andere letter. Cel A1 is de eerste cel linksboven, daarnaast vindt u B1 en gaat zo maar door. In een standaardwerkblad staan duizenden kolommen en rijen, dus u hebt alle ruimte om uw gegevens op te nemen.
Elk ‘vel’ met cellen heet een ‘blad’, en alle bladen bij elkaar worden een 'werkmap' genoemd. U kunt de bladen verschillende namen geven om ze van elkaar te onderscheiden. Ook kunt u bladen toevoegen als u er niet genoeg hebt.
Excel start elke keer met een leeg rekenblad. U kunt daarop gegevens invullen of verdergaan met een werkblad dat u eerder hebt aangemaakt.
Net als andere Office-programma’s werkt Excel met een Lint, een reeks tabbladen met de functies van het programma. Standaard staat Start geselecteerd. Links daarvan staat een groen vakje, met het woord ‘Bestand’ erin. Daar staan de functies voor het opslaan van bestanden. Als u verder wilt gaan met een eerder opgeslagen werkblad, dan kunt u dat via dit menu openen. Ook het afdrukken van gegevens regelt u in dit menu.
Via de knop ‘Afsluiten’ helemaal onderaan, sluit u Excel af. Dat kan ook door te klikken op de rode knop met het witte kruisje erin, rechtsboven in beeld.
Office 2007: klik linksboven op het Office-logo om functies als Openen en Opslaan te kunnen gebruiken.
In elke cel kunt u gegevens typen; woorden of getallen. De getallen kunt u gebruiken in berekeningen. De berekeningen doet Excel aan de hand van formules. Die zijn heel gemakkelijk te gebruiken, en u kunt zelf aangeven welke getallen bij de berekening worden gebruikt. Meer over formules leest u in 'Beginnen met Excel (deel 2). Formules en berekeningen'. Dat artikel verschijnt binnenkort op deze site.
Elk blad met cellen heet een werkblad. Als u Excel start, krijgt u drie lege werkbladen om mee te beginnen. Onderaan in beeld ziet u in welk werkblad u zich bevindt. De werkbladen hebben als standaardnaam 'Blad1', 'Blad2' enzovoort. U kunt dat zelf veranderen. Daarvoor dubbelklikt u met de muis op de naam van het tabblad. Dan kunt u een andere naam intypen. Met een druk op de Enter-toets bevestigt u dit. Het werkblad heeft nu een andere naam.
In Excel kunt u met de muis navigeren door het werkblad. Selecteer een kolom door te klikken op de letter erboven. U selecteert een rij door te klikken op een getal. Het snijpunt van een kolom met een rij heet een cel. Elke cel heeft een naam, bijvoorbeeld A1. De letter verwijst naar de kolom waarin de cel staat, het getal verwijst naar de rij waar de cel in staat.
De cellen zijn in hoogte en breedte aan te passen, als u ze te klein vindt. Dat doet u met de muis. U kunt ook hele rijen en kolommen hoger of breder maken. Daarvoor selecteert u de rij of kolom. Klik daarvoor op de letter of het cijfer van de kolom. Zet de muisaanwijzer op een zijrand of de boven- of onderrand. Houd de linkermuisknop ingedrukt en beweeg de muis naar links, rechts, boven of onder. De hele rij of kolom wordt dan groter of kleiner. Laat de muisknop los als het formaat naar uw zin is.
Als u in Excel iets doet wat niet de bedoeling was, dan kunt u dat ongedaan maken. Helemaal bovenaan in beeld vindt u links een knop met een X erop. Daarnaast het plaatje van een diskette. De ronde pijltjes ernaast zijn om de laatste actie ongedaan te maken (pijltje linksom) of om de laatste actie te herhalen (pijltje rechtsom).
Office 2007: Rechts van de Office-knop staan wat kleine knopjes. Het knopje met de blauwe pijl erop zorgt voor Ongedaan maken. Als u erop klikt, dan wordt de laatste handeling ongedaan gemaakt.
Met Excel kunt u allerlei soorten gegevens bijhouden, zoals percentages, data, telefoonnummers, bedragen. U kunt Excel zo instellen dat deze getallen goed worden genoteerd. U kunt zelf bepalen of u getallen op een bepaalde manier laat weergeven, bijvoorbeeld als geldbedrag met een euroteken ervoor en twee decimalen achter de komma.
Excel wordt vaak gebruikt om percentages mee te berekenen. Typ een getal in een cel, bijvoorbeeld ‘0,37’. Druk dan op Enter en selecteer de cel met de muis. Halverwege het lint staat de groep ‘Getal’ met daarboven een aantal pictogrammen. Een daarvan is de knop voor Procentnotatie. Klik erop en het getal wordt nu als percentage weergegeven.
U kunt ook bedragen invoeren in Excel. Typ een getal in een cel en selecteer de cel met de muis. Boven de groep ‘Getal’ ziet u het pictogram ‘Financiële getalnotatie’. Standaard staat deze notatie ingesteld op ‘euro’. Met het pijltje naast het pictogram kunt u andere valuta selecteren. Als u op het pictogram klikt, dan wordt een euroteken voor het bedrag getoond. Standaard zet Excel twee decimalen achter een bedrag. U kunt dit zelf aanpassen met de pictogrammen ‘Meer decimalen’ en ‘minder decimalen’ (pictogram met een 0 en daaronder 00 en andersom).
U kunt ook getallen als datum laten weergeven. Dat is handig als u bijvoorbeeld de meterstanden bijhoudt en graag de data van de opnames wilt gebruiken. Of als u een administratie bijhoudt en de data van uitgaven wilt noteren. Als u een datum intypt, zoals 01-10-2012 en op Enter drukt, wordt het getal doorgaans meteen goed weergegeven. Toch kunt u het nog verder aanpassen als u wilt. Selecteer de cel. Selecteer de cel met de datum erin. Halverwege het Tabblad Start, in de groep Getal, staat een vakje met daarin Datum. Klik op het pijltje ernaast en er wordt een menu geopend. U kunt hier kiezen voor ‘Korte datumnotatie’ of ‘Lange datumnotatie’. Als u op een van deze mogelijkheden klikt, wordt het meteen aangepast.