Menu Zoek

Word: de basis (Word 2007)

In dit artikel zetten we de basisfuncties van Word 2007 op een rij.

In dit artikel bespreken we de basis van Word 2007.

We beginnen met uitleg van de knoppen en menu's die u ziet als u Word 2007 start. Daarna leert u hoe u een nieuw document aanmaakt en hoe u tekst typt en opmaakt. Afsluitend leert u een document opslaan en weer openen voor verdere bewerking.

U start Word 2007 als volgt:

  • Klik in Windows 10 op Starten > Word 2007. Klik in eerdere Windows-versies op Starten > Alle programma's > Microsoft Office > Microsoft Office Word 2007.
  • Word opent nu. U ziet een leeg document. 

Wie Word 2007 start, ziet een leeg wit 'vel papier' met daarboven allerlei knoppen en menu's. De knoppen en menu's staan niet in menu- en werkbalken gerangschikt, zoals bij vorige Word-versies. In plaats daarvan zijn ze gerangschikt in een 'lint', dat verschillende tabbladen heeft, zoals Start, Invoegen en Pagina-indeling. Op elk tabblad vindt u verschillende groepen met knoppen. Bovendien is het lint contextgevoelig: het kan zich aanpassen aan de taak die u op dat moment uitvoert.

Met de knoppen op het lint activeert u de functies die u voor het tekstverwerken en de opmaak van de teksten nodig hebt. Bij veel knoppen (bijvoorbeeld onder Plakken) ziet u een klein blauw pijltje staan. Klikt u hierop, dan komen er meer opties in dezelfde categorie tevoorschijn.

20150819_de basis_word 2007_het lint

Een nieuw document is een leeg wit vel waarop u een tekst kunt typen en opmaken. Een nieuw document maken, doet u volgens één van de volgende methoden:

  • Klik op de Office-knop linksboven in Word en klik op Nieuw
  • Gebruik de sneltoets Ctrl+N.  
  • Klik op het pictogram Nieuw uit de werkbalk Snelle toegang (links boven het lint). Standaard staat dit pictogram niet in de werkbalk Snelle toegang. U voegt dit pictogram toe aan de werkbalk Snelle toegang door te klikken op het pijltje rechts naast de werkbalk Snelle toegang en Nieuw aan te klikken.

Het resultaat is steeds hetzelfde: Word opent een blanco pagina.

Zodra u een leeg document voor u hebt, kunt u beginnen met typen. De door u ingevoerde tekst verschijnt op het beeldscherm. In tegenstelling tot bij een typemachine hoeft u op de computer aan het einde van een regel niet op de Enter-toets te drukken. Word gaat aan het einde van de regel namelijk automatisch verder op een nieuwe regel.

Een spatie tussen woorden maakt u door op de brede spatiebalk te drukken, onder aan uw toetsenbord. Als u alinea’s maakt en op een nieuwe regel wilt beginnen, drukt u wel op de Enter-toets. De cursor (het knipperende blokje of verticale streepje in uw tekst dat aangeeft waar u bent) zal dan naar de volgende regel springen.

Een hoofdletter maakt u door de Shift-toets ingedrukt te houden en dan een letter in te typen.

Naar een andere plek in de tekst

Als u naar een andere plek in de tekst wilt gaan, wijst u daar met de muisaanwijzer (het pijltje of streepje dat u kunt verplaatsen door met de muis te bewegen) naar en klikt u op de linkermuisknop. De cursor zal op de gekozen plaats verschijnen. U kunt ook de pijltjestoetsen op uw toetsenbord gebruiken.

Om grote stukken tekst in één keer te bewerken of verwijderen, kunt u het woord of de zinnen selecteren met de muis. Dat kan op meerdere manieren:

  • Eén woord selecteren: Dubbelklik op het woord.
  • Eén alinea selecteren: Klik drie keer binnen de alinea.
  • Meer woorden of regels: Sleep met de muis over het deel dat u wilt selecteren terwijl u de linkermuisknop ingedrukt houdt. U kunt ook de Shift-toets ingedrukt houden en de pijltjestoetsen gebruiken.
  • Het hele document selecteren: Klik het tabblad Start rechts op Selecteren >  Alles selecteren. U kunt ook de sneltoets Ctrl+A gebruiken.

De geselecteerde tekst zal een lichtblauwe achtergrond krijgen.

Om een woord te verwijderen plaatst u de cursor aan het einde van dat woord en drukt u op de toets Backspace. De cursor zal een positie naar links verschuiven en de letter die daar stond ‘opeten’. De toets Delete verwijdert juist tekens rechts van de cursor.

Grote delen tekst verwijdert u in één keer door het eerst te selecteren (zie hierboven bij de paragraaf ‘Tekst selecteren’) en vervolgens op de Delete-toets te drukken.

Deselecteren (de selectie opheffen) doet u door op een willekeurige plek te klikken.

U kunt tekst op allerlei manieren opmaken. Geef letters een kleurtje, markeer ze, vul de tekst uit (verspreiden over de hele regel) of wijzig het lettertype of de grootte. De meest gebruikte methoden om tekst op te maken vindt u bij elkaar op het tabblad Start, dat standaard geopend staat.

De tekst die u wilt opmaken, selecteert u eerst. Daarna kiest u de opmaakfunctie die u wilt toepassen. U ziet direct het resultaat. Hieronder leest u over enkele veelgebruikte opmaakfuncties.

De tweede groep op het tabblad Start heet Lettertype. Hier vindt u de opties Lettertype en Lettergrootte .

  • Lettertype: Klik op het pijltje en selecteer het lettertype van uw smaak. U ziet voorbeelden van de beschikbare lettertypes.
  • Lettergrootte: Klik op het pijltje en selecteer de lettergrootte.

In dezelfde groep Lettertype vindt u knoppen voor vet, cursief  en onderstreept.

Word2007 basis lettertype

Vet maken

Klik op de knop met het pictogram B om de tekst vet (dikgedrukt) te maken. Als u tekst geselecteerd had wordt deze nu vetgedrukt. Wanneer u geen tekst geselecteerd had, maar na een klik op de knop begint te typen, dan wordt de tekst die u intypt automatisch vetgedrukt. Door nog een keer op de knop te klikken zet u de functie uit en typt u weer normale tekst.

U kunt ook een sneltoets gebruiken om tekst vet te maken: Ctrl+B. Voor de sneltoets geldt ook: eerst de tekst selecteren en dan vet maken, óf eerst de sneltoets indrukken, dan de vetgedrukte tekst typen, en vervolgens weer de sneltoets indrukken om normale tekst te typen.

Cursief maken

Klik op de knop met het pictogram I om de tekst cursief (schuin gedrukt) te maken. Voor cursief geldt verder hetzelfde verhaal als voor vetgedrukt. De sneltoets is Ctrl+I. U kunt ook functies combineren door bijvoorbeeld zowel op de knoppen voor Vet als Cursief te klikken.

Onderstrepen

Klik op de knop met het pictogram U in de werkbalk om de tekst te onderstrepen. De werking is verder hetzelfde als bij vet en bij cursief. Ook deze functie kunt u combineren met de eerdere twee.

Tekst markeren

Om tekst echt in het oog te laten springen, kunt u het markeren. Dat kunt u vergelijken met het aanstrepen van tekst met een felgekleurde stift. Klik in de groep Lettertype op het pijltje naast de knop voor 281015_ab'Tekstmarkeringskleur' om een kleur te kiezen. Vervolgens markeert u met de muis de tekst in de gekozen kleur.

Letters een kleurtje geven

Ook de letters zelf kunt u een kleur geven. Daarvoor klikt u op het pijltje naast de knop met het pictogram  281015_KleurTekstkleur, ook te vinden in de groep Lettertype. U ziet een venster waarin u kunt kiezen uit één van de standaardkleuren. Met Meer kleuren kunt u zelf een kleur kiezen uit een kleurencirkel.

Uitlijnen betekent dat de tekst naar een bepaalde kantlijn wordt 'gedrukt', of juist precies in het midden van een pagina wordt weergegeven. De knoppen voor uitlijnen vindt u op het tabblad Start in de groep Alinea.

Word2007 basis uitlijnen

  • Knop met pictogram voor Links uitlijnen: De tekst staat aan de linkerkant van de pagina. 
  • Knop met pictogram voor Centreren: De tekst staat in het midden van de pagina. 
  • Knop met pictogram voor Rechts uitlijnen: De tekst staat aan de rechterkant van de pagina.
  • Knop met het pictogram voor Uitvullen: De tekst wordt over de gehele breedte van de pagina verspreid. Sommige mensen vinden dat er mooi uitzien. Uitgevulde tekst kan lastig leesbaar zijn omdat de ruimte tussen de woorden verschilt. 

De volgende knoppen in de groep Alinea zijn de knoppen voor onder meer  Opsommingstekens, Nummering, Inspringing verkleinen, Inspringing vergroten, Regelafstand en Randen.

  • Knop met pictogram voor Opsommingstekens281015_Opsomming: maakt ongenummerde lijsten van geselecteerde tekstgedeelte. Elke nieuwe alinea krijgt een bolletje of ander opsommingsteken.  
  • Knop met  pictogram voor Nummering281015_Nummering: maakt genummerde lijsten van geselecteerde tekstgedeelte. Elke nieuwe alinea krijgt een nummer.
  • Knop met pictogram voor Inspringing vergroten281015_Vergroten: vergroot de inspringing aan het begin van een geselecteerde tekstgedeelte.
  • Knop met pictogram voor Inspringing verkleinen281015_Verkleinen: verkleint de inspringing aan het begin van een geselecteerde tekstgedeelte.
  • Knop met pictogram voor Regelafstand wijzigen281015_Regelafstand: keuze hoeveel ruimte er moet zitten tussen de regels van het geselecteerde tekstgedeelte.
  • Knop met het pictogram voor Rand maken281015_Rand: keuze aan welke kant(en) van een geselecteerd tekstgedeelte u randen wilt aanbrengen.

Als u klaar bent met het werken aan een document, moet u het opslaan. U bewaart het dan op uw computer of bijvoorbeeld usb-stick. Later kunt u het opgeslagen document heropenen en er verder aan werken. Ook documenten die u van anderen krijgt, bijvoorbeeld via de e-mail, kunt u op uw eigen computer bewaren.

Belangrijk hierbij is dat verschillende documenten verschillende namen krijgen. Word overschrijft namelijk bestanden die dezelfde naam hebben, waardoor alleen de nieuwste versie bewaard blijft. Elk nieuw document waar u aan werkt, slaat u dus op onder een andere naam. Als bewaarplek kunt u bijvoorbeeld de map Documenten op uw computer gebruiken.

Een document opslaan kunt op de volgende drie manieren doen: 

  • Klik op de Office-knop linksboven in Word en klik op Opslaan.  
  • Klik op de knop met pictogram voor Opslaan op de werkbalk Snelle toegang
  • Gebruik de sneltoets Ctrl+S.  

Hebt u al eerder in dit document gewerkt, dan wordt het document bewaard, waarbij de vorige versie van het document wordt overschreven. Betreft het een nieuw document, dan verschijnt nu het dialoogvenster Opslaan als

  • Typ in het vak 'Bestandsnaam' een toepasselijke naam.
  • Klik op Opslaan. Het document wordt nu bewaard op de door u uitgekozen locatie.

Hebt u al eerder in het document gewerkt, maar wilt u de vorige versie van het document bewaren, sla de nieuwe versie dan op onder een nieuwe naam. Dat doet u als volgt: 

  • Klik op de Office-knop > Opslaan als.
  • U kunt dan een nieuwe naam voor het document opgeven, zodat uw eerdere versie niet overschreven wordt.
  • Klik op Opslaan.

Documenten die u hebt opgeslagen, kunt u op een later tijdstip openen om ze te lezen, af te drukken of te bewerken. Dat doet u als volgt:

  • Klik op de Office-knop linksboven in Word en klik op Openen.
  • Zoek de locatie waar het bestand staat opgeslagen (bijvoorbeeld Documenten).
  • Selecteer het bestand dat u wilt openen.
  • Klik op de knop Openen.

Andere methoden om een bestaand document te openen zijn: 

  • Klik op de knop Openen op de werkbalk Snelle toegang. Standaard staat deze knop niet op de werkbalk. U voegt deze knop toe door te klikken op het pijltje rechts naast de werkbalk Snelle toegang en te klikken op Openen.
  • Gebruik de sneltoets Ctrl+O.
Woordenboek
Home Sluiten
SeniorWeb Computerwoordenboek

Zoekt u de betekenis van een computerterm? Klik of tik op een letter in de groene balk en de woordenlijst van de betreffende letter opent.
Naar een woord zoeken kan ook. Typ het woord in de zoekbalk met de tekst ‘Zoek hier in het woordenboek’ en klik of tik op Zoeken.

De redactie van SeniorWeb vult regelmatig woorden aan. Mist u een woord? Stuur een e-mail naar redactie@seniorweb.nl. Hartelijk dank voor uw medewerking.