SeniorWeb logo

Niet ondersteunde browser

De browser die u gebruikt wordt niet door SeniorWeb ondersteund. We adviseren u over te stappen op een andere browser.

In het artikel De populairste browsers voor de pc kunt u lezen welke browsers er zijn en een keuze maken.

Menu Zoek

Word: de basis (Word 2010)

In dit artikel zetten we de basisfuncties van Word 2010 op een rij. U leert een nieuw document openen en bewaren en u leert tekst typen en opmaken.

In dit artikel bespreken we de basis van Word 2010.

We beginnen met een uitleg van de knoppen en menu's die u ziet als u Word 2010 start. Vervolgens leert u een nieuw document aanmaken en tekst typen en opmaken. Afsluitend leert u een document opslaan en weer openen voor verdere bewerking.

U start Word 2010 als volgt: 

  • Klik op Starten > Alle programma's  (in Windows 10 is deze stap er niet) > Microsoft Office > Microsoft Office Word 2010.  
  • Word opent nu. U ziet een leeg document.

Wie Word 2010 start, ziet een leeg wit 'vel papier' met daarboven allerlei knoppen en menu's. Deze zijn ondergebracht in het zogenaamde 'Lint'. In het Lint ziet u verschillende tabbladen, zoals 'Start' en 'Invoegen'. Bovendien is het Lint contextgevoelig: het kan zich aanpassen aan de taak die u op dat moment uitvoert.

Met de knoppen op het Lint activeert u de functies die u voor het tekstverwerken en de opmaak van de teksten nodig hebt. Bij veel knoppen (bijvoorbeeld onder 'Plakken' op het tabblad 'Start') ziet u een klein blauw pijltje staan. Klikt u hierop, dan komen er meer opties in dezelfde categorie tevoorschijn.

20150819_de basis_word 2010_het lint

Een nieuw document is een leeg wit vel waarop u een tekst kunt typen en opmaken. Een nieuw document maken doet u volgens één van de volgende methoden:

  • Klik op het linkertabblad Bestand, klik vervolgens op Nieuw en daarna op Leeg document. Rechts klikt u op Maken
20150819_de basis_word 2010_nieuw document
  • Gebruik de sneltoets Ctrl+N (druk de Ctrl-toets en tegelijkertijd de letter N in). 
  • Klik op het pictogram Nieuw uit de werkbalk 'Snelle toegang' (links boven het lint). Opmerking: Standaard staat dit pictogram niet in de werkbalk 'Snelle toegang'. U voegt dit pictogram toe aan de werkbalk 'Snelle toegang' door te klikken op het pijltje rechts naast de werkbalk 'Snelle toegang' en Nieuw aan te klikken.  
Het resultaat is steeds hetzelfde: Word opent een blanco pagina.

Zodra u een leeg document voor u hebt, kunt u beginnen met typen. De door u ingevoerde tekst verschijnt op het beeldscherm. In tegenstelling tot bij een typemachine hoeft u op de computer aan het einde van een regel niet op de Enter-toets te drukken. Word gaat aan het einde van de regel namelijk automatisch verder op een nieuwe regel.
Een spatie tussen woorden maakt u door op de brede spatiebalk te drukken, onder aan uw toetsenbord. Als u alinea's maakt en op een nieuwe regel wilt beginnen, drukt u wel op de Enter-toets. De cursor (het dikke verticale lijntje in de tekst dat aangeeft waar u bent) zal dan naar de volgende regel springen.
Een hoofdletter maakt u door de Shift-toets ingedrukt te houden en dan een letter in te typen.
  

Naar een andere plek in de tekst

Als u naar een andere plek in de tekst wilt gaan, wijst u daar met de muisaanwijzer (het pijltje of streepje dat u verplaats door met de muis te bewegen) naar en klikt u op de linkermuisknop. De cursor zal op de gekozen plaats verschijnen. U kunt ook de pijltjestoetsen op uw toetsenbord gebruiken.  

Om grote stukken tekst in één keer te bewerken of verwijderen, kunt u het woord of de zinnen selecteren met de muis. Dat kan op meerdere manieren. De geselecteerde tekst zal een lichtblauwe achtergrond krijgen:

  • Eén woord selecteren: Dubbelklik op het woord. 
  • Eén alinea selecteren: Klik drie keer binnen de alinea.  
  • Meer woorden of regels: Sleep met de muis over het deel dat u wilt selecteren terwijl u de linkermuisknop ingedrukt houdt. 
  • In plaats van bovenstaande drie opties kunt u ook de Shift-toets ingedrukt houden en de pijltjestoetsen gebruiken. 
  • Het hele document selecteren: Klik het tabblad Start rechts op Selecteren > Alles selecteren. U kunt ook de sneltoets Ctrl+A gebruiken.
Om een woord te verwijderen plaatst u de cursor aan het einde van dat woord en drukt u op de toets Backspace. De cursor zal een positie naar links verschuiven en de letter die daar stond 'opeten'. Met de toets Delete verwijdert u juist tekens rechts van de cursor.

Grote delen tekst verwijdert u in één keer door de tekst eerst te selecteren (zie hierboven bij de paragraaf 'Tekst selecteren') en vervolgens op de Delete-toets te drukken.

Deselecteren (de selectie opheffen) doet u door op een willekeurige plek in de tekst te klikken.

U kunt tekst op allerlei manieren opmaken. Geef letters een kleur, markeer ze, vul de tekst uit (verspreiden over de hele regel) of wijzig het lettertype of de grootte. De meest gebruikte methoden om tekst op te maken vindt u bij elkaar op het tabblad ‘Start’, dat bij het openen van een document standaard zichtbaar is.

De tekst die u wilt opmaken, selecteert u eerst. Daarna kiest u de opmaakfunctie die u wilt toepassen. U ziet direct het resultaat. Hieronder leest u over enkele veelgebruikte opmaakfuncties. 

De tweede groep op het tabblad ‘Start’ heet ‘Lettertype’. Hier vindt u de opties ‘Lettertype’ en ‘Lettergrootte’.

  • Lettertype: Klik op het pijltje en selecteer het lettertype van uw smaak. U ziet voorbeelden van de beschikbare lettertypes.  
  • Lettergrootte: Klik op het pijltje en selecteer de lettergrootte.  

In dezelfde groep ‘Lettertype’ vindt u knoppen voor vet, cursief en onderstreept. 

Vet maken
Klik op de knop met het pictogram B om de tekst vet (dikgedrukt) te maken. Als u tekst geselecteerd had wordt deze nu vetgedrukt. Wanneer u geen tekst geselecteerd had, maar na een klik op de knop begint te typen, dan wordt de tekst die u intypt automatisch vetgedrukt. Door nog een keer op de knop te klikken zet u de functie uit en typt u weer normale tekst.

U kunt ook een sneltoets gebruiken om tekst vet te maken: Ctrl+B. Voor de sneltoets geldt ook: eerst de tekst selecteren en dan vet maken, óf eerst de sneltoets indrukken, dan de vetgedrukte tekst typen. Drukt u daarna weer de sneltoets in, dan typt u verder in normale tekst. 

Cursief maken
Klik op de knop met het pictogram I om de tekst cursief (schuin gedrukt) te maken. Voor cursief geldt verder hetzelfde als voor vetgedrukt. De combinatie voor de sneltoets is dan Ctrl+I. U kunt ook functies combineren door bijvoorbeeld zowel op de knoppen voor Vet als Cursief te klikken. De tekst wordt dan vet én schuin gedrukt. 

Onderstrepen
Klik op de knop met het pictogram U in de werkbalk om de tekst te onderstrepen. De werking is verder hetzelfde als bij vet en bij cursief. Ook deze functie kunt u combineren met de eerdere twee.

Tekst markeren
Om tekst echt in het oog te laten springen, kunt u het markeren. Dat kunt u vergelijken met het aanstrepen van tekst met een felgekleurde stift. Klik in de groep ‘Lettertype’ op het pijltje naast de knop met de markeerstift (‘Tekstmarkeringskleur’) om een kleur te kiezen. Vervolgens selecteert u met de muis de tekst die u wilt markeren in de gekozen kleur. Om de markering op te heffen, selecteert u het gemarkeerde stuk tekst en klikt u bij ‘Tekstmarkeringskleur’ op Geen kleur.

Letters een kleur geven
Ook de letters zelf kunt u een kleur geven. Daarvoor klikt u op het pijltje naast de knop met het pictogram ‘Tekstkleur’, ook te vinden in de groep ‘Lettertype’. U ziet een venster waarin u kunt kiezen uit één van de standaardkleuren. Met ‘Meer kleuren’ kunt u zelf een kleur kiezen uit een kleurencirkel.

Uitlijnen betekent dat de tekst naar een bepaalde kantlijn wordt ‘gedrukt’, of juist precies in het midden van een pagina wordt weergegeven. De knoppen voor uitlijnen vindt u op het tabblad ‘Start’ bij ‘Alinea’. Dit is de derde groep op het tabblad.

  • Knop met pictogram voor ‘Links uitlijnen’ HMW2010_1_icoon links uitlijnen: De tekst staat aan de linkerkant van de pagina.
  • Knop met pictogram voor ‘Centreren’ HMW2010_1_icoon midden uitlijnen: De tekst staat in het midden van de pagina.
  • Knop met pictogram voor ‘Rechts uitlijnen’ HMW2010_1_icoon rechts uitlijnen: De tekst staat aan de rechterkant van de pagina.
  • Knop met het pictogram voor ‘Uitvullen’ HMW2010_1_icoon uitvullen: De tekst wordt over de gehele breedte van de pagina verspreid. Sommige mensen vinden dat er mooi uitzien. Uitgevulde tekst kan lastig leesbaar zijn omdat de ruimte tussen de woorden verschilt.

De overige knoppen in de groep ‘Alinea’ zijn de knoppen voor nog meer mogelijkheden voor alinea's zoals nummeren en regelafstand bepalen.

  • Knop met pictogram voor ‘Opsommingstekens’ HMW2010_1_icoon opsommingstekens: maakt ongenummerde lijsten van geselecteerde tekstgedeelte. Elke nieuwe alinea krijgt een bolletje of ander opsommingsteken. 
  • Knop met pictogram voor ‘Nummering’ HMW2010_1_icoon nummering: maakt genummerde lijsten van geselecteerde tekstgedeelte. Elke nieuwe alinea krijgt een nummer. 
  • Knop met pictogram voor ‘Inspringen vergroten’ HMW2010_1_icoon inspringen vergr: vergroot de inspringing aan het begin van een geselecteerde tekstgedeelte. 
  • Knop met pictogram voor ‘Inspringing verkleinen’ HMW2010_1_icoon inspringen verkl: verkleint de inspringing aan het begin van een geselecteerde tekstgedeelte. 
  • Knop met pictogram voor ‘Regelafstand wijzigen’ HMW2010_1_icoon regelafstand: keuze hoeveel ruimte er moet zitten tussen de regels van het geselecteerde tekstgedeelte.
  • Knop met pictogram voor ‘Rand maken’ HMW2010_1_icoon rand: keuze aan welke kant(en) van een geselecteerd tekstgedeelte u randen wilt aanbrengen.

Als u klaar bent met het werken aan een document, moet u het opslaan. U bewaart het dan op uw computer of bijvoorbeeld USB-stick. Later kunt u het opgeslagen document heropenen en er verder aan werken. Ook documenten die u van anderen krijgt, bijvoorbeeld via de e-mail, kunt u op uw eigen computer bewaren.

Belangrijk hierbij is dat verschillende documenten verschillende namen krijgen. Word overschrijft namelijk bestanden die dezelfde naam hebben, waardoor alleen de nieuwste versie bewaard blijft. Elk nieuw document waar u aan werkt, slaat u dus op onder een andere naam. Als bewaarplek kunt u bijvoorbeeld de map 'Documenten' op uw computer gebruiken.

Een document opslaan kunt op de volgende drie manieren doen:

  • Klik op het tabblad Bestand en klik op Opslaan
  • Klik op de knop met pictogram voor Opslaan op de werkbalk 'Snelle toegang'. 
  • Gebruik de sneltoets Ctrl+S. 

Hebt u al eerder in ditzelfde document gewerkt, dan wordt het document bewaard, waarbij de vorige versie van het document wordt overschreven. Betreft het een nieuw document, dan verschijnt nu het dialoogvenster 'Opslaan als'. 

  • Kies in het linkervenster in welke map u het bestand wilt opslaan. Bijvoorbeeld 'Documenten'. 
  • Typ in het vak 'Bestandsnaam' een toepasselijke naam. 
  • Klik op Opslaan. Het document wordt bewaard op de door u uitgekozen locatie. 

Hebt u al eerder in hetzelfde document gewerkt, maar wilt u de vorige versie van het document apart bewaren, sla de nieuwe versie dan op onder een nieuwe naam. Dat doet u als volgt:

  • Klik op het tabblad Bestand > Opslaan als
  • U kunt dan een nieuwe naam voor het document opgeven, zodat uw eerdere versie niet overschreven wordt.
  • Klik op Opslaan.

Documenten die u hebt opgeslagen, kunt u op een later tijdstip weer openen om ze te lezen, af te drukken of te bewerken. Dat doet u als volgt: 

  • Klik op het tabblad Bestand > Openen
  • Zoek de locatie waar het bestand staat opgeslagen (bijvoorbeeld in de map ‘Documenten’).  
  • Klik op het bestand dat u wilt openen.  
  • Klik op de knop Openen.  

Andere methoden om een bestaand document vanuit Word te openen zijn:  

  • Klik op de knop Openen op de werkbalk ‘Snelle toegang’. Standaard staat deze knop niet op de werkbalk 'Snelle toegang'. U voegt deze knop toe door te klikken op het pijltje rechts naast de werkbalk ‘Snelle toegang’ en te klikken op Openen.
  • Gebruik de sneltoets Ctrl+O.
Woordenboek
Home Sluiten
SeniorWeb Computerwoordenboek

Zoekt u de betekenis van een computerterm? Klik of tik op een letter in de groene balk en de woordenlijst van de betreffende letter opent.
Naar een woord zoeken kan ook. Typ het woord in de zoekbalk met de tekst ‘Zoek hier in het woordenboek’ en klik of tik op Zoeken.

De redactie van SeniorWeb vult regelmatig woorden aan. Mist u een woord? Stuur een e-mail naar redactie@seniorweb.nl. Hartelijk dank voor uw medewerking.