SeniorWeb logo

Niet ondersteunde browser

De browser die u gebruikt wordt niet door SeniorWeb ondersteund. We adviseren u over te stappen op een andere browser.

In het artikel De populairste browsers voor de pc kunt u lezen welke browsers er zijn en een keuze maken.

Menu Zoek

Word: de basis (Word 2016)

Word 2016

Aan de slag met Word 2016? Ontdek de basisfuncties. Maak een nieuw document aan, typ teksten en maak het geheel vervolgens netjes op.

Word 2016 is te koop als onderdeel van het pakket Office 2016 en als onderdeel van het online pakket Office 365. Dit artikel is geschreven aan de hand van Word 2016 in Office 365. De verschillen tussen Office 2016 en 365 worden uitgelegd in ons artikel 'Kiezen tussen Office 2016 en Office 365'.

We beginnen met een uitleg van de knoppen en menu's die u ziet als u Word 2016 start. Vervolgens leert u een nieuw document aanmaken en tekst typen en opmaken. Afsluitend leert u een document opslaan en weer openen voor verdere bewerking.

Start Word 2016 als volgt: 

  • Klik in Windows 10 op Starten > Word 2016. Klik in eerdere Windows-versies op Starten > Alle programma's > Microsoft Office 2016 > Microsoft Office Word 2016.
  • Word opent. Mogelijk krijgt u de vraag welke bestandstypen ondersteund moeten worden. Zet een vinkje bij Office Open XML-indelingen.
  • Klik op OK.
  • In de linkerbalk staat een overzicht van recente documenten. Rechts staan de verschillende sjablonen. Klik voor deze eerste keer op Leeg document.

Het overzichtsvenster van Word start met een blanco document.

Wie Word 2016 start, ziet een leeg wit 'vel papier' met daarboven allerlei knoppen en menu's. Deze zijn ondergebracht in het zogenaamde Lint. In het Lint staan verschillende tabbladen, zoals 'Start' en 'Invoegen'. Bovendien is het Lint contextgevoelig: het kan zich aanpassen aan de taak die u op dat moment uitvoert. 

Window 10, lint

Met de knoppen op het Lint activeert u de functies die u voor het tekstverwerken en de opmaak van de teksten nodig hebt. Bij veel knoppen (bijvoorbeeld onder 'Plakken' op het tabblad 'Start') ziet u een klein zwart pijltje staan. Klik hierop en er komen meer opties in dezelfde categorie tevoorschijn.

Een nieuw document is een leeg wit vel waarop u een tekst kunt typen en opmaken. Een nieuw document maken doet u volgens één van de volgende methoden:

  1. Klik in het Lint op Bestand > Nieuw > Leeg document.
  2. Gebruik de sneltoets Ctrl+N (druk de Ctrl-toets en tegelijkertijd de letter N in). 
  3. Klik op het pictogram Nieuw uit de werkbalk 'Snelle toegang' (links, boven het Lint). 

Het resultaat is steeds hetzelfde: Word opent een blanco pagina.

  • Zodra u een leeg document voor u hebt, kunt u beginnen met typen. De door u ingevoerde tekst verschijnt op het beeldscherm. In tegenstelling tot bij een typemachine hoeft u op de computer aan het einde van een regel niet op de Enter-toets te drukken. Word gaat aan het einde van de regel namelijk automatisch verder op een nieuwe regel.
  • Een spatie tussen woorden maakt u door op de brede spatiebalk te drukken, onder aan uw toetsenbord. Als u alinea's maakt en op een nieuwe regel wilt beginnen, drukt u wel op de Enter-toets. De cursor (het dikke verticale lijntje in de tekst dat aangeeft waar u bent) springt dan naar de volgende regel.
  • Een hoofdletter maakt u door de Shift-toets ingedrukt te houden en dan een letter te typen.

Om grote stukken tekst in één keer te bewerken of verwijderen, kunt u het woord of de zinnen selecteren. Dat kan op meerdere manieren. De geselecteerde tekst krijgt dan een grijze achtergrond:

  • Eén woord selecteren: dubbelklik op het woord. 
  • Eén alinea selecteren: klik drie keer binnen de alinea.  
  • Meer woorden of regels: sleep met de muis over het deel dat u wilt selecteren terwijl u de linkermuisknop ingedrukt houdt. 
  • In plaats van bovenstaande drie opties kunt u ook de Shift-toets ingedrukt houden en de pijltjestoetsen gebruiken. 
  • Het hele document selecteren: klik op het tabblad Start > rechts op Selecteren > Alles selecteren. U kunt ook de sneltoets Ctrl+A gebruiken.

Grote delen tekst verwijdert u in één keer door de tekst eerst te selecteren en vervolgens op de Delete-toets te drukken. Deselecteren (de selectie opheffen) doet u door op een willekeurige plek in de tekst te klikken.

U kunt tekst op allerlei manieren opmaken. Geef letters een kleur, markeer ze, vul de tekst uit (verspreiden over de hele regel) of wijzig het lettertype of de lettergrootte. De meest gebruikte methoden om tekst op te maken vindt u bij elkaar op het tabblad 'Start', dat bij het openen van een document standaard zichtbaar is.

  • Selecteer de tekst die u wilt opmaken.
  • Kies de opmaakfunctie die u wilt toepassen.

U ziet direct het resultaat. Hieronder leest u over enkele veelgebruikte opmaakfuncties. 

De tweede groep op het tabblad 'Start' heet 'Lettertype'. Hier vindt u de opties 'Lettertype' en 'Lettergrootte'.

  • Lettertype: klik op het pijltje en selecteer het lettertype van uw smaak. U ziet voorbeelden van de beschikbare lettertypes.  
  • Lettergrootte: klik op het pijltje en selecteer de lettergrootte.  

In dezelfde groep 'Lettertype' vindt u knoppen voor vet, cursief en onderstreept. 

Vet maken
Klik op de knop met het pictogram B (of op de sneltoets Ctrl+B) om de tekst vet (dikgedrukt) te maken. Als u tekst geselecteerd had, wordt deze nu vetgedrukt. Wanneer u geen tekst geselecteerd had, maar na een klik op de knop begint te typen, dan wordt de tekst die u intypt automatisch vetgedrukt. Door nog een keer op de knop  te klikken zet u de functie weer uit.

Cursief maken
Klik op de knop met het pictogram I om de tekst cursief (schuin gedrukt) te maken. Voor cursief geldt verder hetzelfde als voor vetgedrukt. De combinatie voor de sneltoets is dan Ctrl+I. U kunt ook functies combineren door bijvoorbeeld zowel op de knoppen voor Vet als Cursief te klikken. De tekst wordt dan vet én schuin gedrukt. 

Onderstrepen
Klik op de knop met het pictogram U in de werkbalk om de tekst te onderstrepen. De werking is verder hetzelfde als bij vet en bij cursief. Ook deze functie kunt u combineren met de eerdere twee.

Tekst markeren
Om tekst echt in het oog te laten springen, kunt u het markeren. Dat kunt u vergelijken met het aanstrepen van tekst met een felgekleurde stift. Klik in de groep 'Lettertype' op het pijltje naast de knop met de gele markeerstift ('Tekstmarkeringskleur') om een kleur te kiezen. Selecteer vervolgens de tekst die u wilt markeren in de gekozen kleur. Om de markering op te heffen, selecteert u het gemarkeerde stuk tekst en klikt u bij 'Tekstmarkeringskleur' op Geen kleur.

Letters een kleur geven
Ook de letters zelf kunt u een kleur geven. Daarvoor klikt u op het pijltje naast de knop met het pictogram 'Tekstkleur', ook te vinden in de groep 'Lettertype'. U ziet een venster waarin u kunt kiezen uit één van de standaardkleuren. Met 'Meer kleuren' kunt u een kleur kiezen uit een kleurencirkel.

Uitlijnen betekent dat de tekst naar een bepaalde kantlijn wordt 'gedrukt', of juist precies in het midden van een pagina wordt weergegeven. De knoppen voor uitlijnen vindt u op het tabblad 'Start' bij 'Alinea'. Dit is de derde groep op het tabblad.

  • Eerste knop: de tekst wordt aan de linkerkant van de pagina uitgelijnd.
  • Tweede knop: de tekst staat in het midden van de pagina.
  • Derde knop: de tekst wordt aan de rechterkant van de pagina uitgelijnd.
  • Laatste knop: de tekst wordt over de gehele breedte van de pagina verspreid. Sommige mensen vinden dat er mooi uitzien. Uitgevulde tekst kan lastig leesbaar zijn omdat de ruimte tussen de woorden verschilt.

De overige knoppen in de groep 'Alinea' kunt u gebruiken als u bijvoorbeeld tekst wilt nummeren of een andere regelafstand wilt geven:

  • Knop met pictogram voor Opsommingstekens 0403-word-basis-10a.jpg: maakt ongenummerde lijsten van geselecteerd tekstgedeelte. Elke nieuwe alinea krijgt een bolletje of ander opsommingsteken. 
  • Knop met pictogram voor Nummering HMW2010_1_icoon nummering: maakt genummerde lijsten van geselecteerd tekstgedeelte. Elke nieuwe alinea krijgt een nummer. 
  • Knop met pictogram voor Inspringen vergroten 0403-word-basis-10b.jpg: vergroot de inspringing aan het begin van een geselecteerd tekstgedeelte. 
  • Knop met pictogram voor Inspringing verkleinen 0403-word-basis-10c.jpg: verkleint de inspringing aan het begin van een geselecteerd tekstgedeelte. 
  • Knop met pictogram voor Regelafstand wijzigen 0403-word-basis-10d.jpg : keuze hoeveel ruimte er moet zitten tussen de regels van het geselecteerde tekstgedeelte.
  • Knop met pictogram voor Rand maken HMW2010_1_icoon rand: keuze aan welke kant(en) van een geselecteerd tekstgedeelte u randen wilt aanbrengen.

Als u klaar bent met het werken aan een document, moet u het opslaan. U bewaart het dan op de computer of in de cloud van OneDrive. Dat is de online opslagservice van Microsoft. Later kunt u het opgeslagen document heropenen en er verder aan werken. Ook documenten die u van anderen krijgt, bijvoorbeeld via de e-mail, kunt u opslaan.

Belangrijk is dat verschillende documenten verschillende namen krijgen. Word overschrijft namelijk bestanden die dezelfde naam hebben, waardoor alleen de nieuwste versie bewaard blijft. Elk nieuw document waar u aan werkt, slaat u dus op onder een andere naam. Als bewaarplek kunt u bijvoorbeeld de map 'Documenten' op de computer gebruiken.

Een document opslaan doet u als volgt:

  • Klik op het tabblad Bestand > Opslaan als.
Word 2016, opslaan

  • Kies een locatie voor het document. In Office 365 kunt u na aanmelden met uw Microsoft -account, kiezen of u het document op de computer of bij OneDrive wilt opslaan. Bent u aangemeld en wilt u ook vanaf andere computers bij het document kunnen? Kies dan voor OneDrive. Zonder aanmelden kan opslaan alleen op de computer zelf. U kunt dan niet vanaf andere computers bij uw document.
  • Typ in het vak 'Bestandsnaam' een toepasselijke naam. 
  • Klik op Opslaan. Het document wordt bewaard op de door u uitgekozen locatie. 

Hebt u al eerder in hetzelfde document gewerkt, maar wilt u de vorige versie van het document apart bewaren, sla de nieuwe versie dan op onder een nieuwe naam. Dat doet u als volgt:

  • Klik op het tabblad Bestand > Opslaan als
  • U kunt dan een nieuwe naam voor het document opgeven, zodat uw eerdere versie niet overschreven wordt.
  • Klik op Opslaan.

Documenten die u hebt opgeslagen, kunt u op een later tijdstip weer openen om ze te lezen, af te drukken of te bewerken. Open zo een document:

  • Klik op het tabblad Bestand > Openen
  • Zoek de locatie waar het bestand staat opgeslagen (bijvoorbeeld in de map 'Mijn Documenten' of in uw map op OneDrive).  
  • Klik op het bestand dat u wilt openen.  
  • Klik op Openen.  
Woordenboek
Home Sluiten
SeniorWeb Computerwoordenboek

Zoekt u de betekenis van een computerterm? Klik of tik op een letter in de groene balk en de woordenlijst van de betreffende letter opent.
Naar een woord zoeken kan ook. Typ het woord in de zoekbalk met de tekst ‘Zoek hier in het woordenboek’ en klik of tik op Zoeken.

De redactie van SeniorWeb vult regelmatig woorden aan. Mist u een woord? Stuur een e-mail naar redactie@seniorweb.nl. Hartelijk dank voor uw medewerking.